Steven van Heijningen

Watte? Filosofie?! Niets voor mij!

Geplaatst op 23 oktober 2018 door Steven van Heijningen

Beste lezer,

Vanaf nu schrijf ik elke maand iets aan u. Iets over wat mij bezighoudt. En, misschien is dat toevallig iets voor u. Zo niet? Even goede onbekenden. Voordat ik de bedoeling van deze column aan u kenbaar maak, zal ik mezelf eerst even introduceren. Ik ben Steven van Heijningen; neef van de u bekende Ariane van Heijningen. Daarnaast ben ik masterstudent filosofie aan de Universiteit Leiden. Aangenaam.

Mijn streven is om in deze maandelijkse column interessante en zo nu en dan zelfs belangrijke filosofische inzichten te verzamelen en behapbaar te maken.

Filosofie staat voor velen ofwel gelijk aan ‘iets zweverigs’, ofwel aan ‘zware kost’. Althans, zo herinner ik me mijn vroegere mening en zo interpreteer ik de wantrouwige blik van vrienden en de glazige blik van vage kennissen.

Filosofen zijn buitenbeentjes. ‘Om de professoren in de redeneerkunst bekommert zich niemand’ laat Erasmus (1466-1536) de Zotheid zeggen. Volgens Friedrich Nietzsche (1844-1900) zouden filosofen onder universitaire collega’s bekendstaan om hun gebrek aan vakkennis. Ze zouden daarbovenop bekendstaan om hun toewijding aan het uitwissen van dat feit.

Mijn hoop is dat ik met mijn columns het zwart-wit beeld van filosofie (‘iets zweverigs’ of ‘zware kost’) door kan prikken. Niet omdat het imago van filosofie me zo aan het hart gaat, maar omdat het huidige imago iets waardevols verhult.

Als je alles uit het leven wil halen, dan helpt het toch als je je bezint op de vraagt wat het leven mooi maakt? En op vragen die daar tegenaan schuren.

Over wiens leven hebben we het? De mens. Wat maakt een mens een mens? Is de mens voornamelijk een rationeel wezen (homo sapiens), een makend wezen (homo fabrens) of een spelend wezen (homo ludens), zoals Johan Huizinga (1872-1945) voorstelde? Vragen als: waaruit bestaat de wereld, wat betekent het om ‘kennis’ te hebben, wat is de beste vorm van samenleven zijn typisch filosofische vragen. En het zijn vragen die voor eenieder relevant zijn.

Het is denk ik mens-eigen om je met dit soort basale vraagstukken bezig te houden of, wat waarschijnlijk nog meer mens-eigen is, ze juist te ontwijken.

Je doet dingen doorgaans op de ‘automatische piloot’ totdat je je ineens verschrikt afvraagt waarom je hier bent en wat je hier doet. Als je bang bent, voor een spin of voor hoogte, weet je waar je bang voor bent; je bangheid heeft een duidelijk aanwijsbaar object. Bangheid kennen we van het dagelijks leven. Angst, verwondering en verveling zijn daarentegen gemoedstoestanden die verbonden zijn aan existentiële vragen en kunnen ons onaangenaam overvallen. Doorgaans heffen we zo’n gemoedstoestand op door het te negeren of door er een object aan te koppelen. Het is namelijk heel wat minder eng om bang te zijn voor een spin dan om ‘zomaar’ of ‘zonder reden’ bang te zijn, oftewel, om angstig te zijn.

Waar we normaal gesproken alles uit de kast halen om fundamentele zorgen verre van ons te houden, doen we al filosoferende juist het tegenovergestelde. Dat is, althans voor mij, de kern van filosoferen.

U heeft groot gelijk als u uw voorhoofd van achterdocht heeft geplooid. Natuurlijk krijg je van een filosoof in spe te horen dat filosofie ontzettend zinvol is, net zoals dat je van een slager te horen krijgt dat zijn eigen vlees ontzettend mals is. Zit ik hier als slager mijn eigen vlees te keuren? Het is nogal wiedes dat voor mij de conclusie, dat filosofie de moeite waard is, reeds vaststaat. Als dat niet zo was geweest, dan zat ik nu mijn dagbesteding te heroverwegen in plaats van goed te praten. Het feit dat de conclusie voor mij vaststaat, wat wellicht doorgaat voor een weinig Socratische houding, een houding die mijn tante constant in haar consulten propageert, zegt niks over de conclusie zelf.

U zult zelf mijn woord op waarde moeten schatten en beoordelen of filosoferen u helpt.

Of gebiologeerd nadenken en redeneren zin heeft en of een filosofisch inzicht of boek wel ‘concreet toepasbaar’ en ‘toegankelijk’ is moet u zelf ondervinden. Het lezen van deze column is denk ik een uitgelezen mogelijkheid om, bij wijze van experiment, uit te vogelen of geschreven filosofie uw verdere aandacht waard is. En ook of u deze filosoof in spe uw toestaat u verder aan de hand te nemen.

Want aan de hand neem ik u. Naar kostbare uitspraken van de beste filosofen, want alleen de besten zijn in staat iets moeilijks heel helder uit te leggen. En het zware-kost imago daarmee te ondermijnen.

Je zou het misschien niet zeggen maar Plato (427 v. Chr. – 347 v. Chr.) en René Descartes (1596-1650), toch niet de minsten, beschikken bijvoorbeeld over bovenstaande gave. En dat terwijl ze iets moeten uitleggen wat waarschijnlijk niemand eerder ooit heeft bedacht! Hoe kun je nou niet laaiend enthousiast of compleet betoverd raken wanneer je voor even deel mag hebben aan hun wonderlijke prestaties bij het lezen van Plato’s de Staat of Descartes’ Meditaties over de eerste filosofie? Niet voor niets behoren deze twee werken doorgaans tot de leesstof voor eerstejaarsfilosofiestudenten.

Maar ook zonder deze boeken hier geheel te citeren, hoop ik dat onderstaande fragmenten u aan het denken zetten. En de filosofie naar uw keukentafel brengen.

Filosofie is in wezen heel dicht bij huis. Voor Descartes begint filosoferen simpelweg met twijfel.

Zo begint hij de Meditaties met de zin: ‘Al een aantal jaren geleden heb ik gemerkt, hoeveel onwaars ik vanaf mijn jeugd voor waar heb gehouden, en hoe twijfelachtig alles is, wat ik naderhand daarop heb gebouwd.’ Dit is veel mensen, in het tweede deel van hun leven, niet vreemd.

En Plato’s de Staat, dat voor een belangrijk deel gaat over hoe de beste inrichting van de maatschappij, zult u ook een passage die bekend staat als de allegorie van de grot kunnen vinden (in boek VII). Met die passage probeert Plato onder meer te laten zien wat het betekent om te filosoferen. ‘Het begin der wijsbegeerte is verwondering.’

Uit simpele twijfel, mooie gesprekken met kennissen en uit overpeinzingen vanuit een leunstoel, kunnen diepe filosofische inzichten voortkomen, zo lijken Plato en Descartes ons te willen vertellen,

Dat betekent niet dat u nu op uw luie gat moet gaan zitten en stilletjes moet wachten tot u in Plato of Descartes transformeert. Of dat u een diarree aan intellectueel uitdagende zinnen moet produceren. Ga twijfelen! Raak geërgerd! Raak geïnspireerd! Schroom niet! Durf te begrijpen! Of zoals Kant het zei: Sapere aude!

Durf te denken!


Steven van Heijningen schrijft iedere maand een blog voor Denkplaats.  
Hij is de neef van  Ariane van Heijningen en masterstudent filosofie aan de Universiteit Leiden.

Denkplaats

Daagt uit

DENKPLAATS begeleidt jou in het denkonderzoek. Scherpt aan zonder oordeel. Het gedachtengoed is van de klant. DENKPLAATS neemt niet over, maar daagt uit.

Vraagt door

DENKPLAATS staat nieuwsgierig in het leven. Treedt jou met nieuwsgierigheid tegemoet. Wil weten wat je denkt. En wil naar de kern van de zaak. En vraagt dus altijd door.

Is helder

DENKPLAATS is helder. In communicatie, in prijs, in vormgeving en in afspraken. Omdat denkwerk lastig genoeg kan zijn, moeten de randvoorwaarden glashelder zijn.

Brengt humor in

DENKPLAATS houdt van scherpe humor en lacht veel. Humor schept ruimte, maakt speelsheid in het soms zware denkproces mogelijk.

Biedt garantie

Aan het einde van het traject met DENKPLAATS heb je minstens één vraag gesteld die je (jezelf) nooit eerder gesteld hebt.

Meer informatie ontvangen?

Inzicht krijgen in hoe jij in je organisatie of privésituatie tot heldere inzichten en bezielde besluiten komt?
Abonneer je op de nieuwsbrief en ontvang maandelijks cases, achtergronden en inspiratie.



Wil je liever op een andere manier contact houden?
Dan kun je je op ieder moment weer uitschrijven.

DENKPLAATS Adrianalaan 101b 3053 MA Rotterdam T (06) 13 12 89 71 ariane@denkplaats.nl Kvk 68110634